Wil je piloot worden? Dan heb je keuze tussen 2 certificaten die je kunt behalen; het PPL certificaat en het CPL certificaat. In dit blog leggen we je uit wat de certificaten precies in houden en wat de verschillen precies zijn.

Private Pilot License (PPL)

Met een PPL-brevet mag je overal ter wereld zelfstandig vluchten maken. Denk hierbij aan zelf zakelijk vliegen of een rondvlucht maken met familie en/of vrienden. Met een PPL-brevet mag je een toestel tot maximaal 5.700 kilo zelfstandig besturen. In tegenstelling tot het LAPL (Light Aircraft Pilot License)-brevet is het PPL-brevet ook buiten de EU geldig. Een groot verschil met het CPL-brevet is dat je geen commerciële vluchten mag maken met je PPL-brevet. Je mag hoogstens een vergoeding ontvangen die je onkosten dekt. Een PPL-brevet kun je halen bij erkende vliegscholen, die over het algemeen de zelfde toelatingseisen hanteren:

  • Minimumleeftijd 17 jaar
  • Basiskennis van engels, wiskunde en natuurkunde

Om het PPL-brevet te behalen, dien je de volledige theorie afgerond te hebben met een minimale score van 75%. Verder heb je minstens 45 vlieguren gemaakt (waarvan 10 uur solo).

Commercial Pilot License (CPL)

Het CPL-brevet kun je pas behalen wanneer je het PPL-brevet al op zak hebt. Met het Commercial Pilot License mag je als piloot tegen betaling werken bij een commercieel bedrijf. Je mag echter niet bij een airline werken; hiervoor  heb je een MPL of ATPL brevet nodig. Met het CPL-brevet mag je vliegen in single en multi-engine vliegtuigen. In multi-engine vliegtuigen mag je echter alleen als co-piloot aan de slag. Je kunt met je Commercial Pilot License bijvoorbeeld aan de slag als:

  • Piloot bij een rondvluchtbedrijf
  • Piloot bij een reclamesleepbedrijf
  • Piloot bij een luchtfotografiebedrijf
  • Vlieginstructeur (na een aanvullende opleiding tot instructeur)
  • Parachutistenpiloot
  • Zakenvluchtenpiloot